Niemand wil betalen voor ons maatschappelijk rendement

bank

Het was een interessant verwijt tijdens het zoektochtevent op 13 december: “Wij behalen op allerlei fronten maatschappelijk rendement, genereren banen, maken bewoners gezond, brengen criminaliteit terug, maar niemand wil daarvoor betalen. De bank niet, maar ook de gemeenteraad niet. Die zijn alleen maar bezig met de korte termijn.”

Voor een deel klopt dat, zo vertelde een fondsenbeheerder die aanwezig was. Banken worden momenteel enorm op de huid gezeten door toezichthouders. Het toezicht is strenger dan ooit, een direct gevolg van de bankencrisis. Volgens hem is het niet zo dat de banken niets willen, ze mogen maar heel weinig. Wie dus geld wil lenen, moet met een doortimmerd plan komen. Een goed onderbouwde business-case. En daar ontbreekt het vaak aan.

Veel van het genoemde maatschappelijk rendement laat zich namelijk maar lastig omzetten in opbrengsten op de korte of middellange termijn. En dat wil de bank graag zien. Dat is bij gebiedsontwikkeling nieuwe stijl niet echt anders dan bij gebiedsontwikkeling oude stijl. Sinds de oude Grieken zijn er directe en indirecte baten in een gebiedsontwikkelingsproject. De ondergrond, de infrastructuur, de openbare ruimte, allemaal kostenposten die worden gefinancierd uit de opbrengsten van het in het gebied gerealiseerde vastgoed. En ook architectuur, of zo u wil schoonheid, wordt gewoon gefinancierd. Waarom? Omdat het vastgoed er beter door verkoopt en het voor de financier dus een interessante investering is. En omdat het soms ook domweg verplicht is. Er worden geen huizen gebouwd zonder aansluiting op de riolering of andere nutsvoorzieningen. Niet alleen omdat die niet verkopen, maar ook omdat het niet mag.

In de hier bovengenoemde voorbeelden gaat het om fysieke zaken. De overeenkomst tussen riolering en een speeltuin is dat je het kunt aanraken. Dat maakt het berekenen van de kosten vrij gemakkelijk. En omdat het in veel gevallen door een overheid verplichte investeringen zijn, hoef je als investeerder niet na te denken over de baten. Ook als die er niet zijn, is het verplicht.

Maar wat nou als er wordt geïnvesteerd in projecten die de criminaliteit doen dalen of de werkeloosheid aanpakken. Daar wordt het lastig. Wellicht dat de bank nog wel wil investeren in sociale oplossingen die het vastgoed vrij direct in prijs doen stijgen, maar al snel is het niet de taak van de bank, maar van de overheid. Of zo u wil, van de belastingbetalers. We hebben in dit land een systeem waarbij de overheid (op welk niveau dan ook) het algemeen belang beheert en over onze belastingcenten gaat. Dat geld investeert de overheid in zaken die wel ons eigenbelang zijn, maar het best worden gediend vanuit het algemeen belang.

Ook daar is veel vastgelegd in regels, maar die kunnen natuurlijk ter discussie staan of worden gesteld. Wat we als maatschappelijk belang ervaren, verandert immers regelmatig. Bestuurders stellen doelen en ambtenaren gaan daar mee aan de slag. Wie dus wat wil van de overheid moet zijn huiswerk goed doen.

Tot zover de theorie.

Want in werkelijkheid is het overtuigen van de bank of de gemeente soms een eindeloos vermoeiend en frustrerend proces dat alleen lukt als uw idee zo goed is dat er geen speld tussen te krijgen is, als u weet wat de gemeente wil, de bank verwacht én als u er dan nog steeds net zo vol in geloofd als aan het begin.